28.5.11

In Huizen kan alles

Zoals inmiddels algemeen bekend is, moet ik volgende week terug verhuizen naar mijn ouderlijk thuis. Dit omdat het heerlijke appartement in Amsterdam aan andere mensen verhuurd gaat worden, voor veel meer geld, en omdat ik deze zomer toch heel veel hier in Eemnes werk. Vanaf het moment dat ik gisteravond hier binnenstapte voelde ik me al weer helemaal thuis. Om te beginnen was de koekoek terug, waar niemand blij mee is. Hij zit ergens in de bosjes achter het huis en gaat helemaal los, 24/7. Koekoeks zijn aso's, omdat:

1. ze te lui zijn hun eigen eieren uit te broeden;
2. ze hun ei(eren) in een ander nest leggen;
3. zodra dat ei uitkomt het kuiken zijn stiefzusjes en broertjes het nest uit dondert;
4. en ze maken een kutgeluid.

Genoeg over de koekoek. Ik voelde me ook thuis toen we weer rare toeren gingen uithalen met een bed en een trap. Mijn twijfelaar moet op Cato's kamer staan, omdat het tweepersoonsbed dat ik gekocht had voor Amsterdam nu in mijn kamer gaat staan. We wisten al dat het bed niet over te trap naar de eerste verdieping kon, omdat we dat al hadden ondervonden toen het bed ooit in mijn kamer gezet moest worden. Uiteindelijk was het door het raam van papa's werkkamer getakeld. Maargoed, je weet maar nooit over het misschien intussen gekrompen is of de trap naar zolder groter is. Dat was niet zo. Toen hebben we de badkamerdeur eruit getild, uit mijn bed (een boxspring, vandaar zo onflexibel) een plank gesloopt en toen konden we hem een beetje buigen. Het lukte! Hoera! Twee uur werk niet voor niets.
Een douche kon ik wel gebruiken, dus de badkamerdeur werd er weer ingezet en ik douchen. Toen de badkamer weer uit wilde ging dat echter niet zomaar. De deur zat er op de een of andere manier scheef in, en iets blokkeerde het slot. Dat kreeg ik wel open, en ik kon ook de klink naar beneden duwen, toch kreeg niemand de deur open. Na een half uur heeft Moeder Held met een schroevendraaier de deur opengewrikt (en daarmee de deur ook kapot gemaakt) en was ik weer vrij.
Nu Gadamer, Heidegger, Wittgenstein, Derrida, Husserl en Habermas lezen voor het laatste tentamen van dit jaar.
Jippie!

7.5.11

Gezocht: Pietje P.

Hier volgt een speciaal bericht.
Vanochtend om 11:03 uur heeft Cato voor het laatst haar zwarte telescoopoogvis Pietje Potvis gezien. Rond 13:00 uur die middag is papa Bert er voor het eerst achtergekomen dat Pietje P. niet meer in de kom aanwezig was. Wie heeft Pietje P. tussen 11 uur 's ochtends en 1 uur 's middags vandaag gezien?
Als u meer informatie heeft, graag een reactie plaatsen onderaan dit bericht.

De kenmerken van Pietje P. zijn:
- zwart
- staart
- uitpuilende ogen
- luistert naar de naam Pietje Potvis
Pietje

Mocht u iets zien, graag horen wij hiervan!

Edit 22:47 u.
Pietje P. is terecht. Hij zat klem in een grote gedraaide schelp in de kom. Cato kwam op het idee om in de schelp te kijken toen ze op internet las dat iemand zijn goudvis ook ooit kwijt was, en hem na drie dagen terug vond in een soortgelijke schelp.
We hebben Pietje eruit weten te schudden en hij verkeert in goede staat.

28.4.11

Teeth of wisdom

Gistermiddag zijn mijn laatste twee verstandskiezen getrokken. Dat daarmee ook werkelijk een deel van je verstand verloren gaat is volgens mij wel een beetje waar, dat bewijst mijn verhaal van vandaag. De assistente van de kaakchirurg had mij al gewaarschuwd niet in de volle zon te gaan zitten met mijn hoofd en nek, want dan worden de wonden toch iets te warm en kan het gaan broeien en zwellen. Ik ben wel heel braaf uit de zon gebleven, maar 's nachts in bed en 's ochtends met de zon vol op je raam wordt het alsnog warm natuurlijk. Ik werd dus ook wakker met een enrome rechterhelft van mijn hoofd. O nee! En ik moest om 12 uur al in Hilversum zijn. Snel check ik de vriezer op ijsklontjes, maar de penisvormige ijsklontjesmaker, die van Lizette is overigens, was niet gevuld. Wel lag er een flesje water in dat nog niet helemaal bevroren was. Prima, handdoekje erom en koelen maar.
Tegen de tijd dat ik echt weg moest zag mijn gezicht er nog steeds uit alsof ik een tennisbal in mijn mond had, dus nam ik het nog koele flesje mee. Toen ik klaar was met mijn afspraak in Hilversum moest ik nog wat tijd doden tot mijn rijles begon. Shoppen is altijd een goede tijddoder, dus niet veel later stond ik in een pashokje in bikini. Ik had nog een pijnstiller bij me (Naproxen) en die besloot ik in te nemen met een slokje water. Ik stopte de pil in mijn mond, draaide het flesje open, rook te laat de vreemde geur en nam een flinke slok wodka. Gatvergatvergatver! Uitspugen was geen optie, ik stond immers in zo'n pashokje van de H&M waar de deur een halve meter boven de grond ophoudt. Bovendien lagen mijn jas en tas al op de grond. Doorslikken dus! Daarbij komt nog dat Naproxen uitdrukkelijk niet gecombineerd mag worden met alcohol, in verband met maagklachten.
Hoe had ik dit kunnen voorkomen:
1. Ik had me kunnen bedenken dat de meeste flesjes water in een vriezer toch echt wel bevriezen.
2. Goed, het flesje had er natuurlijk pas net in kunnen liggen. Maar ík had hem er niet ingelegd en Lizette was al een paar dagen niet meer thuis geweest.
3. Ik had van te voren kunnen checken of het wel water was.
4. Ik had een reden kunnen bedenken waarom iemand een flesje water in de koelkast zou leggen, en daaruit tot punt 3. kunnen redeneren.
5. Ik had de pijnstiller thuis al kunnen slikken.
6. Ik kon ook best de pijnstiller helemaal niet slikken, want pijn doet mijn mond niet echt.

Laat dit een les zijn voor iedereen die ooit een flesje doorzichtige vloeistof in de koelkast/vriezer ziet liggen, en voor iedereen wiens verstand er uitgetrokken gaat worden.

13.4.11

In de trein

in de trein naar Hilversum

Het schijnt dat mensen - wij dus - het geheugen pas vanaf ons vierde jaar ontwikkelen. Of in elk geval hebben we pas echt herinneringen vanaf vier jaar oud. Ik vind dat gek: als we vier zijn kunnen we al een heleboel. We kunnen lopen, praten, we weten al hoe een aantal dingen werkt. Je zou zeggen dat we dat geleerd hebben. Volgens Socrates is leren niets anders dan herinneren. De kennis hebben we al - die heeft onze ziel al opgedaan in een vorig leven. Het moet alleen weer naar boven worden gebracht. Dus blijkbaar hebben we heus wel herinneringen vóór ons vierde levensjaar, anders zouden we telkens opnieuw moeten leren lopen. Maar hoe we al die dingen geleerd hebben vergeten we blijkbaar weer.
Best jammer. Het lijkt me fascinerend om in mijn eigen hoofd te kunnen kruipen toen ik mijn eerste stapjes zette. Een paar hele vage herinneringen van voordat ik vier jaar werd heb ik wel. Ik kan me nog een heel klein beetje het oude huis in Amsterdam voor de geest halen. Er waren 's avonds vaak twee spoken op het balkon waar ik bang voor was. Maar ik wil me nog vroegere dingen kunnen herinneren. Hoe was het in de buik van mijn moeder bijvoorbeeld? Ik kon niet niets zien, wel horen. Althans: de muziek van de Red Hot Chili Peppers die mijn moeder altijd draaide toen ze zwanger was van mij is ook altijd vertrouwd geweest. Had ik toen al enig besef? Ik kan me dat haast niet voorstellen. Geen besef van mezelf, geen besef van andere mensen. Daar houdt je je sowieso pas op latere leeftijd mee bezig. Toen ik al iets ouder was dan een baby maar nog steeds kind, zag ik "de mensheid" als één groot geheel dat slecht en zelfzuchtig was. De meeste mensen die ik persoonlijk kende behoorden daar niet toe, overigens. Voor mij was de mens slecht, aangezien de dieren en de natuur alles voor mij waren en de mens maakte dat onnodig kapot. Dus protesteerde ik tegen het snoeien van de groenstrook achter het huis en redde ik wespen uit het zwembad.
Later, in het begin van de puberteit, krijgen "andere mensen" weer een andere betekenins. Ze zijn een groep waar je bij moet horen en die tegelijkertijd je spiegel is. Ineens ben je geen dierenvriend en held van je eigen fantasievolle leven meer, amar een onzeker en kwetsbaar persoon. Of zelfs een nutteloze mislukkeling. Toch wil je je koste wat het kost onderscheiden en ook afscheiden. Zelf iemand worden onder al die anderen is belangrijk, en dat lukt maar niet. Wanneer komt de rust, je plek? In het vroeg-volwassen leven is dat allemaal ook niet zomaar. Hoewel het onderscheiden van en voor anderen niet meer het belangrijkste is. Je doet dat wat je doet steeds meer voor jezelf, in jezelf.
Ik wil natuurlijk niet zeggen dat dit voor iedereen precies zo geldt. Iedereen zal dit anders door- en meemaken. Maar dat is vanzelfsprekend, anders zouden wij geen individuen onder nog veel meer individuen zijn.

27.3.11

De l'eau

wa'ter, o. (-s, -en), 1. de meest algemene, over de gehele aarde verbreide vloeistof die, als zij zuiver is, geen kleur, reuk of smaak heeft en welker moleculen uit 2 atomen waterstof en 1 atoom zuurstof bestaan (H2O) fris, helder, klaar water; water uit de bron, de pomp, de zee; een emmer, een glas, een druppel water; water om te drinken, te koken, te wassen; zuiver, gedestilleerd water; - hard water

Dit is de definitie die onze Dikke van Dale geeft van water. Ik vind dit al prachtig, maar heb er zelf nog zo veel meer definities en associaties bij. Ten eerste kan je er op drijven of varen, je kan er in verdrinken of verslikken. Water zal altijd zijn weg naar beneden vinden. En als het ergens vastloopt verzamelt en vestigt het zich. De kringloop van het water beïnvloedt alles, het water komt werkelijk overal: in de lucht, onder de grond, in bomen en andere levende dingen. Water is oersterk, kijk maar naar de kusten. Een druppel water kan al schade aanrichten, zowel fysiek als psychisch.

Wat is er nou fantastischer dan de zee. Een enorme massa water, oneindig, verder dan wij kunnen zien, veel verder. En wat een leven! Zelfs op plekken waar geen zon bestaat, want zo dik is water. Het is zo dik en zo zwaar dat mensen niet heel diep in het water kunnen zonder een speciale bescherming. Het is zo dik en zo zwaar dat mensen op een gegeven moment helemaal niet meer dieper kunnen, ook niet met bescherming. Dan verpletterd het water alles, behalve de wezens die daar leven. Hoe kan dat, als mensen voor het grootste deel zelf uit water bestaan?

Water is onze maatstaf. De liter, die precies een kilo weegt als het van water is. De graden Celcius, waar het water bevroren is onder het nulpunt en kookt boven het honderdpunt.
Water komt uit onze kranen en douches. Het komt ook uit de lucht, en uit de grond. Het zit ín de lucht. Gelukkig worden we daar niet de hele tijd drijfnat van. Maar toch gek, dat wij de zuurstof uit de lucht kunnen halen, maar niet uit het water. Dat zou ik wel willen, onderwater kunnen ademen en er zo lang blijven als ik wil. Maar het verstikkende is ook weer zo kenmerkend aan water. Ik heb jaren in en onder het water geleefd, maar heb nooit echt geleerd hoe je er moet ademen.