25.11.12

Onzichtbaar

Ik heb een prothese gebouwd die je lasten draagt. Een ijzeren constructie die je schouders omhelst, aan je hangt. Daaraan hang je je lasten, die zien er uit als juten zakken en bakstenen. Ze zijn vast te houden, te wegen, om te keren. Ze hangen op je rug en je kunt er altijd bij, je kunt ze een beetje verschuiven als ze je bewegen lastig maken. Maar de last die onzichtbaar is, omdat hij niet te vatten is, weegt het zwaarst. Wat is dat voor last? Hoe ziet hij eruit en hoe groot is hij? Alleen het gewicht kan ik inschatten, want dat is het enige waardoor hij kenbaar is. Dat gewicht verandert. Totaal anoniem, onzichtbaar. Daardoor kun je het niet ophangen, het zit onderhuids. Het maakt je huid strakker zitten om je enkels en je armen, laat het hangen om je buik en je borst. Je oogleden hangen voor je ogen, buigen je wimpers naar beneden. Je draagt de last niet op je rug of aan je schouders. Het zit in de toppen van je vingers, zowel als diep van binnen tussen je maag en je hart.

1.11.12

De wereld van de vroege mensen

Goeiemorgen, allemaal. Het is op het moment 07:52u. In de ochtend. Ik zit al bijna een uur in de trein. De wereld rond deze tijd ben ik steeds beter leren kennen, dankzij het feit dat ik in Breda woon, en mijn familie, Jurre en baantje zich aan de andere kant van de wereld bevinden. Omdat de meeste mensen in mijn omgeving deze wereld niet zo goed kennen wil ik dit vandaag met jullie delen.
In het meest gunstige geval gaat mijn wekker om tien voor zes, dan mag ik nog tien minuutjes snoozen en moet ik om zes uur precies uit bed. Ik zeg in het meest gunstige geval, dat is wanneer ik bij Jurre slaap. Niet alleen omdat het natuurlijk fijn is naast een geliefd persoon wakker te worden - wat het ochtendhumeur aanzienlijk verbeterd - maar vooral omdat deze plek het dichtst bij het station ligt waar ik zo vroeg de trein moet nemen. Dus om zes uur stap ik uit bed. Als een zombie voltooi ik een soort van mijn ochtendritueel: douchen, ontbijten, aankleden en spullen pakken. Om uiterlijk tien voor zeven moet ik de deur uit, gelukkig is het dan maar tien minuutjes lopen naar het station. Wat nog steeds erg ver lijkt als je een zware laptoptas en/of rolkoffer met dan of wel schone of vuile was bij je hebt. Net op tijd kom ik meestal aan om de trein te halen, de intercity naar Utrecht Centraal van zes over zeven. De eerste van drie treinen die ik moet pakken naar Breda. Deze trein zit altijd overvol, waardoor ik vandaag helemaal voor in de trein instap. Niet dat het daar rustiger is, maar uit ervaring (ja, ervaring) weet ik dat deze trein niet verder gaat dan Utrecht Centraal, waar ik zelf samen met de rest van de hele trein uit moet stappen op een klein perron, waar dus vanzelf een enorme file van forenzen ontstaat. Aangezien ik daar slechts een paar minuten de tijd heb om mijn overstap te halen is dat zeer hinderlijk. Dus vandaag stap ik helemaal voor in, wat ik erg slim vond van mezelf tot ik op de laatste vrije plek ging zitten. Naast een heel dik meisje dat Vijftig Tinten Grijs aan het lezen is. Sop sop. Gatver, Sooph.
Dan kom ik aan op Utrecht Centraal, gelukkig zonder vertraging. Ik hoef inderdaad niet in de mensenfile op perron 2 te staan, als ik op de roltrap sta en naar beneden kijk zie ik dat die er zoals altijd wel is.
Dan haast ik mij - op hoge hakken godverdomme - door de enorme stationshal van Utrecht Centraal. Het is daar altijd druk! Helemaal naar perron 15, aan de andere kant moet ik zijn. Daar gaat de intercity naar Maastricht, ik moet onderweg uitstappen op Den Bosch. Deze trein is gelukkig altijd een stuk leger. Wat ik ook heel goed begrijp, want tussen de mooie randstad en het verre Breda ligt een enorm stuk niksigland. En de meeste mensen die in Breda moeten zijn om negen uur 's ochtends doen dat niet vanuit Bussum, of Utrecht. Dus deze trein is redelijk rustig, en ik heb een tweezits voor mezelf. Met internet! Op dit moment zit ik in de bewuste trein naar Den Bosch, die bijna aankomt op het station. Daar zal ik nog een keer moeten overstappen op de intercity naar Breda, die over het algemeen weer wat drukker is. Vanaf Breda ben ik - goddank - binnen vijf minuten met de fiets thuis, vanwaar uit ik bijna direct door moet naar school wil ik daar op tijd (dat is vijf over half tien) aankomen. En dan begint mijn dag pas, les van half tien tot vijf uur. Ja, 17:00 uur dus. Dan naar huis, boodschappen, huiswerk, koken, huiswerk, slapen. Morgenochtend gelukkig niet zo vroeg. Maandag pas weer.

Uiteraard is dit een avond bij Jurre allemaal 1324656x waard.

18.10.12

Onderweg II

Reikhalzend uikijkend naar de bestemming. Gespannen spieren, gerekte pezen. Gerichtheid alle kanten op, in iedere windrichting. Circels worden beschreven, spiralen worden neergehaald. Het uidijen en de groei, wanhopig op zoek naar verlichting. Dit is geen plek, dit is het vallen. Val naar beneden of naar boven, maakt het wat uit? Blijven vallen, dat wordt gedaan.
Wat wordt er achter gelaten, wat neemt men mee. Herinneringen brokkelen af door de razende snelheid. Val er tussenin, er tussendoor. Ondertussen onderweg.
Manoeuvreer en ontwijk. Maar val niet uit de baan. Ga door en ga door, tot de dood je wenst of jij de dood. Vertraag niet want je zult struikelen en rondtollen, tollen en draaien en rollen, door en door. Tot de spieren hard worden, en heet. En dan zacht.
Maar dat is niet, het is alleen nu. Nu tot verder dan je denken kunt. Over de grenzen heen van tijd en ruimte. Nu is altijd, alle tijd, ook wanneer er geen tijd is. Dan is het meer nu dan nu is.
Onderweg is nu, hier, daar en overal. Zonder tijd, met tijd.
Onderweg, gaand over weg. Ga weg.

16.10.12

Onderweg I

Wij zijn onderweg, gaand. Vooruit, dat denken we tenminste. Wij zijn in beweging. We bewegen door de ruimte, door het vacuüm van tijd. De tijd is er niet als wij onderweg zijn. Pas wanneer wij aankomen, stopt de tijd.
Wij zijn onderweg, altijd en overal gaan wij en bewegen wij naar... Alsof wij zwemmen en met onze handen de watermassa wegduwen. Maar meer nog alsof wij zweven in een niemandsland. Een grijze, transparante materie. Onderweg in een tussenwereld, waar tijdloosheid heerst en vooruitgang onwaarschijnlijk lijkt. Onbestemdheid. Onbepaaldheid. Afwezigheid. Onbereikbaarheid. Ongeboren.
Onderweg ben je alleen, met jezelf geconfronteerd zak je in melancholie of vlucht je in de omgeving. Maar ook daar wacht de confrontatie. De stilte van er niet zijn.
Wij rollen, rijden, stappen of kruipen in de ontwikkeling. Niets is klaar, alles is onaf. Alles is op weg, bagage meeslepend over het asfalt, de kiezels, door het water of onder de grond door tunnels. Met alle ledematen loom bewegend door de tijdloze ruimte tot in het eindeloze.
Onderweg is tijdloos, het bevat een begin noch een einde. Onderweg is niet eeuwig, het is een begrip zonder tijd.

9.10.12

Opa Ruurlo

04.10.2012

Vandaag wordt opa herinnerd, als mens, vriend, man en vader. Maar voor mij was hij opa, Opa Ruurlo. Hij was mijn opa, die ik alleen hoefde te delen met mijn zusje Cato. En ik zal hem herinneren als de liefste opa die ik me had kunnen wensen. Hij noemde me vaak “mien deerntje”, en hoewel ik nooit wist wat dat betekende klonk het altijd zo lief. “Drol” was ook een favoriete bijnaam, waar ik als kind altijd zo hard om moest lachen. Cato was Kakkedootje, en dat past ook eigenlijk wel heel goed bij haar.
         Toen ik heel klein was nam hij me vaak mee voor op de fiets, om een tochtje te maken door het bos. Daar weet ik niks meer van, misschien omdat ik zo klein was of omdat ik na tien minuten al in slaap viel, met mijn hoofd op zijn onderarm.
         Later nam hij mij en Catootje mee in de auto als de schemering viel, om in het bos een paar reeën of konijnen te zoeken. Dat was superspannend, dan reden we met gedoofde lichten over de zandweggetjes in het bos.. Terug bij oma gingen we dan een paar potjes kaarten. Zwartevrouwen was ons lievelingsspel, waar opa heel gevaarlijk in was. Hij hield dan zijn hand vol met kaarten tot hij in één keer alles uit kon leggen. Dan kreeg hij zo’n glinstering in zijn ogen en dan wisten we dat hij iets aan het beramen was. Niet te vertrouwen dus.
         Omdat Cato en ik de enige kleinkinderen zijn werden (en worden) we altijd ontzettend verwend door opa en oma. Zo zijn we acht jaar lang met ze op vakantie geweest in de zomer, naar de eilanden, Zeeland, België en op het laatst Frankrijk. We gingen dan met de caravan weg, en toen we oud genoeg waren kregen we er een eigen tentje naast. Ook dan werd er elke avond gekaart tot we niet meer konden.
         Met opa konden we ook altijd goed spelen. Cato lakte graag zijn nagels of maakte zijn haar mooi met strikjes en speldjes. Hij maakte ook speelgoed voor ons, zo heeft hij de mooiste paardenstallen gemaakt van wijnkistjes. Met Sinterklaas waren de mooiste surprises ook vaak van hem. De hele familie kan er wat van, maar de surprises die hij maakte staan bij ons nog steeds in de kast, bij mij thuis in Breda ook. In Breda heb ik ook de rode stoeltjes staan die ik twee weken geleden van hem heb gekregen. Vier hele mooie rooie stoeltjes staan daar nu, in mijn keukentje. Als ik daar dan op zit zal ik af en toe even aan hem denken, heb ik belooft. En dat doe ik ook. Ik denk dan even aan de grappen met Sinterklaas, die ondeugende ogen van hem en de hertjes in het bos.
         Ik zal je missen, opa. Rust zacht.